Koper is belangrijk voor de huid en de haren. Ook is het onmisbaar voor de zuurstofvoorziening in ons bloed. Van koper hebben we maar zeer weinig nodig - daarom noemen we het een ‘sporenelement’ - maar helemaal zonder kunnen we niet. Van nature komt koper voor in zeer veel plantaardige en dierlijke voedingsmiddelen. Tekorten komen dan ook niet zo vaak voor. Voor een goede opname van koper is het belangrijk dat ook de stoffen ijzer, zink en vitamine C aanwezig zijn.
WAT DOET HET
Koper is een sporenelement en vormt samen met ijzer zuurstof in de rode bloedlichaampjes. Koper valt ook onder de noemer ‘antioxidant’. In die functie beschermt het ons lichaam tegen vrije radicalen en zorgt het voor een sterk immuunsysteem. Daarnaast is het een belangrijke stof voor de productie van collageen en pigmenten (voor huid en haar).
WAAR VIND JE HET
Volkorenproducten vormen een goede, plantaardige bron van koper. Ook vind je koper in avocado’s, lever, schaaldieren, vruchten, cacaoproducten en peulvruchten.
WAT HEB JE NODIG
Volwassenen hebben per dag ongeveer 1 milligram (mg) koper nodig. De ADH voor zwangere vrouwen is 1,2 mg en voor vrouwen die borstvoeding is de ADH gesteld op 1,3 mg.
(Bron: Het Voedingscentrum)
TEKORT AAN KOPER
De hoeveelheid koper in het lichaam staat in nauwe relatie met de hoeveelheden ijzer, zink en vitamine C. Als je teveel van deze laatstgenoemde stoffen inneemt, dan wordt de opnamemogelijkheid van koper bemoeilijkt. Kopertekorten komen zelden voor, maar bij een langdurig, ernstig tekort kunnen er klachten optreden zoals: problemen met huidpigmentatie, botontkalking, bloedarmoede en smaakverlies. Een uitgebalanceerd voedingspatroon is dus zeer belangrijk om alle mineralen en vitamines in het lichaam in goede balans te houden.
TEVEEL KOPER
Te hoge doseringen van koper door opname uit levensmiddelen komen niet zo snel voor. Overdoseringen kunnen vooral ontstaan door langdurige inname van specifieke, hooggedoseerde voedingssupplementen. Mogelijke reacties van het lichaam op een teveel aan koper zijn: braken, diarree, spierpijn, depressiviteit en nervositeit.





